
Nu zo’n jaar geleden stapte Jelle Zoetendal als kersverse directeur-bestuurder én nuchtere Fries over de drempel bij Landschapsbeheer Drenthe. Tijd om de balans op te maken en terug te blikken op zijn eerste 365 dagen.
Toen u voor het eerst het pand binnenstapte, wat spookte er door uw hoofd?
“Mijn allereerste gedachte was: hoe kijken al die Drenten straks in vredesnaam naar deze Fries?”
Wat was vervolgens de grootste verrassing in die eerste honderd dagen?
“De enorme passie. Vanaf dag één zag ik een ongelooflijke inzet. Onze organisatie kwam uit een wat onrustige periode, maar ondanks dat zette iedereen de schouders eronder. Dat we onder druk zulke prachtige resultaten blijven neerzetten en tevreden opdrachtgevers houden, vond ik niet alleen een verrassing, maar vooral heel indrukwekkend.”
Wat vertelt u als mensen vragen wat u als directeur-bestuurder bij Landschapsbeheer Drenthe doet?
“Zodra het misverstand uit de lucht is dat we geen eigen grond hebben, vertel ik over onze fantastische vrijwilligers, streekbeheer en projecten rondom de knoflookpad, de poasbloem en oude fruitbomen. Wat mijn eigen rol betreft? Dat is vooral de organisatie goed uitlijnen en scherp oog houden voor alles wat deze grote groep gepassioneerde mensen raakt.”
Wat vindt u het leukst aan uw werk?
“Dat is een lastige, juist omdat we zulke diverse dingen doen. Ik kan ontzettend genieten van een veldbezoek met Dirk Mathijs en de studenten die de poasbloem onderzoeken of van de cursus fruitbomen snoeien door Mart. En toen Jens tijdens een activiteit een gepassioneerd verhaal hield over de zandpaden, voelde ik me echt trots. Dan denk ik: kijk, dat is er wel mooi eentje van ons. Maar de voldoening zit ook in de bestuurlijke kant: als het lukt om ons jaarbericht strak op tijd af te hebben of het jaarverslag van de boerenlandvogels. Die verantwoording gewoon goed voor elkaar hebben, hoort er ook bij. Daarnaast koester ik onze bijzondere relatie met onze belangrijkste financier, de provincie. Die mogen we nóóit als vanzelfsprekend beschouwen.”
Hoe vaak stond u het afgelopen jaar met de laarzen in de Drentse modder en hoe vaak achter een scherm?
“Eerlijk gezegd zou ik nóg vaker willen aansluiten bij activiteiten buiten, bijvoorbeeld bij groepen vrijwilligers. De realiteit is dat ik achter de schermen druk ben met zaken op de rit zetten, waardoor mijn tijd daarvoor simpelweg beperkt is. Ik hoop vooral dat mensen zien dat we aan die achterkant echt stapjes vooruit hebben gemaakt. Op de dagen dat ik wél de deur uit kan, tank ik weer genoeg landschapsenergie op om er tegenaan te kunnen.”
Hoe ziet uw ideale weekend eruit om even af te schakelen van de werkweek?
“Ik ben in de basis echt een familieman: met de kinderen mee naar het sporten, thuis lekker wat aanrommelen, klussen in en rond het huis of de tuin. En natuurlijk even langs bij heit en mem – mijn ouders in het Fries. Verder ben ik sinds kort zelf ook weer wat vaker gaan sporten.”
Als we over exact één jaar weer zo’n interview houden, waar staan we dan?
“Vanuit de stabiele basis die we nu hopelijk hebben bereikt, wil ik komend jaar die échte stappen naar doorontwikkeling maken. Dat betekent de interne processen en ondersteuning strakker uitlijnen en straks, samen met het in 2027 nieuw te kiezen provinciebestuur, mooie nieuwe ontwikkelingen oppakken. Bovenal hoop ik dat we ons als team nóg hechter vormen en in grotere openheid samenwerken. Naar een cultuur van afspreken én elkaar durven aanspreken.”
Inmiddels bent u een jaar onderweg én heeft u zojuist uw vaste contract getekend. Hoe kijkt u naar de toekomst?
“We mogen nog steviger werken aan onze identiteit en naamsbekendheid. Vaker positie innemen, dat krachtig uitdragen en absoluut niet bang zijn om wat zelfverzekerder over te komen. Iets meer trots op ons eigen clubshirt, dat gun ik ons allemaal. Het ondertekenen van mijn vaste contract voelt als een hele mooie én logische stap. De afgelopen 12 maanden hebben bevestigd hoe fijn ik het vind om hier te werken. Ik kijk er enorm naar uit om me ook de komende jaren vol overgave in te zetten voor onze organisatie.”

