
Samen met vrijwilligers werkt Landschapsbeheer Drenthe aan het project Bijenlandschappen. Door op diverse plekken in de provincie Drenthe bijenlandschappen te creëren, willen we de achteruitgang van deze bestuivers een halt toe roepen.
In het project Bijenlandschappen creëren we stapstenen voor wilde bijen in het landschap. We zorgen voor meer bloeiende planten, struiken, bomen en nestplekken, zodat ze van het ene gebied naar het andere kunnen vliegen. Deze bijenlandschappen, ook wel bijenlinten genoemd, kenmerken zich door de aanwezigheid van voldoende inheemse nectarplanten, nestelgelegenheid voor wilde bijen in de vorm van insectenhotels en bijenheuvels en andere bijvriendelijke aanpassingen in het landschap. De aanleg van deze bijenlandschappen is een doeltreffende manier om de populaties van wilde bijen en andere bestuivers te ondersteunen. Daarnaast worden diverse bewoners- en vrijwilligersinitiatieven in dit project met elkaar verbonden.
5 bijenlandschappen
In de provincie Drenthe worden 5 bijenlandschappen aangelegd en versterkt door het toepassen van een aantal maatregelen. De locaties liggen in de gebieden rondom de Nationale parken van de Drents-Friese Grensstreek en de Drentsche Aa. De aanleg vindt plaats in overleg met bewoners en vrijwilligers.
Wat gaan we doen?
- Aanpassen maaibeleid
- Inzaaien percelen en bijenstroken met diverse inheemse (meerjarige) bloemenmengsels
- Plaatsen insectenhotels
- Poten van biologische stinzenplanten/bollen
- Aanleggen van bijenheuvels
- Planten van inheemse bloeiende struiken en bomen
Bijenworkshops
Bewoners en vrijwilligers in de provincie kunnen, indien gewenst, 2 bijenworkshops volgen. Deze workshops bestaan uit een theoretisch deel (lezing/presentatie) en een praktisch deel (insectenhotels bouwen). Dit zal plaatsvinden in maart 2027.
Meer informatie
Voor vragen over het project Bijenlandschappen neemt u contact op met projectleider Erwin Bruulsema via e.bruulsema@lbdrenthe.nl
Het project Bijenlandschappen is onderdeel van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en wordt gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.


